Warmtetransitie
Burgerinitiatief DoeGewoonWatt organiseert samen met de gemeente Oude IJsselstreek thema-avonden over de warmtetransitie, waarbij de gemeente haar aanpak toelicht. Circa 17.500 woningen moeten vóór 2050 aardgasvrij worden. Het Warmteprogramma, dat eind 2026 wordt vastgesteld, richt zich vooral op individuele warmtepompen als meest haalbare oplossing, terwijl een collectief warmtenet vooralsnog te kostbaar blijkt.
Verslag thema-avond achterban DoeGewoonWatt - Warmtetransitie
Cultuurkerk Breedenbroek, 25 maart 2026
Burgerinitiatief DoeGewoonWatt organiseerde in samenwerking met de Gemeente Oude
IJsselstreek op 25 maart 2026 voor haar achterban een thema-avond in het teken van de Warmtetransitie.
De landelijke overheid heeft bepaald dat we uiterlijk in 2050, maar het liefst al eerder, geen aardgas meer gebruiken. Gemeenten hebben de regie in de uitvoering van deze warmtetransitie. Dit gaat over de manier waarop de huizen en gebouwen in de
gemeente van het aardgas afgaan en overstappen op een duurzame warmtebron.
De gemeente Oude IJsselstreek is begonnen een programma op te stellen voor de aanpak
van de warmtetransitie.
Arthur Hofstad is binnen de gemeente Oude IJsselstreek een van de trekkers van het Warmteprogramma en hij licht het programma deze avond toe. In het Warmteprogramma komt te staan hoe de gemeente de komende jaren inzet op het aardgasvrij maken van de woningen en gebouwen. De planning is dat het college eind 2026 het Warmteprogramma vaststelt voor de komende periode en dit wordt daarna elke 5 jaar herzien.
Op dit moment zitten we nog in de verkennende fase; er zijn nog geen keuzes
gemaakt. Een belangrijk uitgangspunt voor de transitie is dat de nieuwe duurzame warmte-bronnen veilig, haalbaar en betaalbaar moeten zijn. Ook krijgt de gemeente een wettelijke aanwijsbevoegdheid om – als dat wenselijk is - bepaalde wijken, buurten of dorpen aan te wijzen waarin in een bepaald jaar de gaskraan dicht gaat. Dit moet minimaal 8 jaar voor de ingangsdatum worden aangekondigd en doorloopt een zorgvuldig proces vóórdat een dergelijk besluit kan worden genomen.
Allereerst enkele getallen om een beeld van de opgave te krijgen. Oude IJsselstreek heeft ca.
17.500 woningen, waarvan er momenteel 1.600 een warmtepomp hebben, al dan niet hybride. Dit aantal is in de afgelopen drie jaar ver-dubbeld. De voorlopige scope van het
Warmteprogramma is woningen, en nog niet bedrijfsleven.
Hoewel ook bedrijven uiteindelijk aardgasvrij moeten worden. Wellicht gaat de gemeente op een later moment het MKB alsnog meenemen in haar programma. De totale landelijke energievraag is dalende, van zo’n gemiddeld 3.600 PJ (Petajoule) per jaar in 2010 naar ca. 2.400 PJ nu, terwijl de levering van hernieuwbare energie in die periode steeg van ca. 100 naar ca. 600 PJ per jaar. Wanneer deze lijn zich doorzet zou theoretisch gezien rond 2036 aan de gehele energievraag voldaan kunnen worden met energie uit hernieuwbare bronnen. De verwachting is echter dat de elektrische energievraag zal stijgen als gevolg van de transitie naar aardgasvrij. Het is op dit moment nog lastig te voorspellen hoeveel dit zal zijn en of hierin dan met duurzame
energie kan worden voorzien.
Qua warmteoplossingen wordt in het Warmteprogramma vooral gekeken naar individuele warmtepompen per woning. Indien mogelijk collectieve warmtenetten. Op dit moment loopt een onderzoek naar een mogelijk collectief warmtenet van de rest-warmte van de rioolwaterzuivering in Etten voor Terborg, Gaanderen en Etten.
Tot nu toe lijkt dit nog geen haalbare en betaalbare oplossing en is het project voorlopig “on-hold” gezet. Het is mogelijk dat factoren zoals nieuwe subsidiemogelijkheden, een lagere rente, een langere levensduur van het netwerk en stijgende gasprijzen het financiële perspectief van dit collectieve warmtenet in de toekomst kunnen verbeteren. Maar voor de meeste woningen in de Oude IJsselstreek zal een warmtepomp de meest voor de hand liggende oplossing zijn.
Er zijn verschillende soorten warmtepompen, onder te verdelen in de lucht-, bodem- of water-
warmtepomp. Ieder hebben ze hun eigen voor- en nadelen. Als gevolg van de verder stijgende aardgasprijzen is de afgelopen weken de vraag naar warmtepompen weer gestegen.
Met de vertegenwoordigers van de dorpsbelangenverenigingen van de Oude IJsselstreek is vervolgens aan de hand van stellingen doorgepraat op de kansen en belemmeringen voor inwoners om aardgasvrij te worden. Volgens sommige aanwezigen is het niet realistisch dat we de transitie volledig elektrisch gaan oplossen en dat we deze extra vraag naar elektriciteit ook duurzaam gaan opwekken. En is het de vraag of de tekorten moeten en kunnen worden opgevangen door bijv. kernenergie of alsnog (bio)gas (al dan niet met CO 2 opvang).
Ook is er zorg of door de netcongestie het verder elektrificeren wel doorgang kan vinden. Het is inderdaad nog lastig te voorspellen hoe ons energiesysteem er tegen 2050 uit zal zien. Deze toekomst, na afschaffing van aardgas en aardolie, blijft nog behoorlijk ongewis.
En het gaat om een forse uitdaging. Ook is de gemeente hierin voor een groot deel afhankelijk van landelijk beleid en de landelijke politiek. Het is belangrijk om nut een noodzaak goed uit te leggen. Nederland is op dit moment nog erg afhankelijk van olie-en gas importerende landen en deze afhankelijkheid willen we afbouwen.
Geopolitieke overwegingen doen er volgens de
meeste deelnemers van de thema-avond bepaald toe bij de beoordeling van nut en
noodzaak van de warmtetransitie. Terwijl klimaat nog steeds als hoofdreden wordt gezien.
De meeste deelnemers van de thema-avond zijn van mening dat het aanleggen van een
collectief warmtenet in bestaande wijken en dorpen simpelweg tot te hoge aansluitkosten
zal leiden. Bij nieuw te bouwen wijken kan het wellicht wel een aantrekkelijk alternatief zijn.
Hoewel de business case voor een individuele warmtepomp redelijk goed lijkt (afhankelijk
van situatie en soort), vragen de deelnemers aan de thema-avond aandacht voor de kosten
van het goed isoleren en ventileren van een woning.
Want dit is wel een voorwaarde om
met een warmtepomp comfortabel te kunnen verwarmen. Dit is vooral een aandachtspunt
bij oudere woningen. Woningen die in de jaren ‘90 of later zijn gebouwd zullen sneller en
makkelijker aardgasvrij kunnen worden gemaakt.
Over de aanwijsbevoegdheid van de gemeente wordt een levendige discussie gevoerd. De
deelnemers roepen op om deze bevoegdheid pas in te zetten als sluitstuk van de warmte-transitie en niet als pressiemiddel. Het is belangrijk om eerst goede uitleg te geven
over de nut en noodzaak van de transitie. En haalbaarheid en betaalbaarheid moet zijn
geborgd voordat je eerder dan 2050 het afsluiten van de gaskraan gaat afdwingen.
Tot slot van de avond geven de vertegenwoordigers van de dorpsbelangen-verenigingen aan dat ze een rol kunnen spelen in het informeren en meenemen van onze inwoners in het Warmteprogramma. Ze kunnen in elk geval polsen bij de inwoners wat speelt en wat nodig is om de stap naar aardgasvrij te kunnen zetten.
Ook is het beeld dat inwoners graag willen
participeren in de verdere concrete uitwerking van het Warmteprogramma. Het was een
boeiende thema-avond waarbij duidelijk is geworden dat we samen met de inwoners voor
een behoorlijke uitdaging staan om richting 2050 aardgasvrij te worden.
